Strafrecht overig

Opiumwetdelicten en gekwalificeerde diefstal. Art. 3.b Opiumwet en art. 310 en 311 Sr. Middel over het…

Hoge Raad, 12 juni 2018

Zaakgegevens

Op 12 juni 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juni 2018
Datum publicatie
12 juni 2018
Zaaknummer
16/05082
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:899
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opiumwetdelicten en gekwalificeerde diefstal. Art. 3.b Opiumwet en art. 310 en 311 Sr. Middel over het bewezenverklaarde plegen van het opzettelijk telen van hennep. HR: art. 80a RO.

Samenhang met 16/05084 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 april 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:500
  2. Hoge Raad · 12 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:899

Uitspraak

12 juni 2018

Strafkamer

nr. S 16/05082

ARA/JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 16 september 2016, nummer 21/002733-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juni 2018.