Strafrecht overig

Medeplegen poging doodslag te Oosterwolde. Vader en zoon hebben het slachtoffer bij de keel vastgepakt en…

Zaakgegevens

Op 19 juni 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juni 2018
Datum publicatie
18 juni 2018
Zaaknummer
16/05777
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:941
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen poging doodslag te Oosterwolde. Vader en zoon hebben het slachtoffer bij de keel vastgepakt en vervolgens in een verwurging genomen, en daarnaast met kracht tegen diens hoofd geschopt. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 16/05774 en 16/05776.

Uitspraak

Inhoudsopgave

19 juni 2018

Strafkamer

nr. S 16/05777

SSA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 18 november 2016, nummer 21/003811-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.A.S. Jansen, advocaat te Veenendaal, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2018.