Strafrecht overig

Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994 en rijden met ingevorderd rijbewijs, art. 9.7 WVW 1994…

Zaakgegevens

Op 19 juni 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juni 2018
Datum publicatie
20 juni 2018
Zaaknummer
16/05086
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:953
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994 en rijden met ingevorderd rijbewijs, art. 9.7 WVW 1994. “Uitdrukkelijk” verzoek om een taakstraf op te leggen. Strafmaat. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 mei 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:643
  2. Hoge Raad · 19 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:953

Uitspraak

Inhoudsopgave

19 juni 2018

Strafkamer

nr. S 16/05086

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 september 2016, nummer 23/000514-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.G. Meijer, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2018.