Strafrecht overig

Woninginbraken in Maastricht. Medeplegen diefstal met geweld d.m.v. braak (art. 312.2 Sr) en diefstal d.m.v…

Hoge Raad, 26 juni 2018

Zaakgegevens

Op 26 juni 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 juni 2018
Datum publicatie
25 juni 2018
Zaaknummer
15/05741
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:990
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Woninginbraken in Maastricht. Medeplegen diefstal met geweld d.m.v. braak (art. 312.2 Sr) en diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr). 1. Vordering b.p. betwist? 2. Bewijsklachten. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 15 mei 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:672
  2. Hoge Raad · 26 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:990

Uitspraak

26 juni 2018

Strafkamer

nr. S 15/05741

KD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2015, nummer 20/002451-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. de Bruin, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft schriftelijk geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in het bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2018.