Strafrecht overig

Medeplegen mensenhandel (art. 273f.1 Sr) en witwassen van personenauto (art. 420bis.1.b Sr). 1. Uos t.a.v…

Hoge Raad, 25 juni 2019

Zaakgegevens

Op 25 juni 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 juni 2019
Datum publicatie
21 juni 2019
Zaaknummer
16/03440
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1027
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen mensenhandel (art. 273f.1 Sr) en witwassen van personenauto (art. 420bis.1.b Sr). 1. Uos t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster van mensenhandel. 2. Kwalificatieklacht witwassen. HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/02079 en 16/05176.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 31 maart 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:1266
  2. Conclusie A-G · 14 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:685
  3. Hoge Raad · 25 juni 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1027

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 16/03440

Datum 25 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 31 maart 2016, nummer 23/002112-13, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. Scholte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heef t ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.