Strafrecht overig
Gewoontewitwassen, art. 420ter Sr. Bewijsklacht. HR t.a.v. middel: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Hof heeft…
Hoge Raad, 29 januari 2019
ECLI:NL:HR:2019:103 · Hoge Raad · 29 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-103
Zaakgegevens
Op 29 januari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2019
- Datum publicatie
- 24 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/02710
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:103
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gewoontewitwassen, art. 420ter Sr. Bewijsklacht. HR t.a.v. middel: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 95 uren, subsidiair 48 dagen hechtenis. Art. 22d.3 Sr schrijft voor dat voor elke twee uren van de taakstraf niet meer dan één dag vervangende hechtenis wordt opgelegd. De door het Hof bepaalde vervangende hechtenis is met dit voorschrift in strijd. HR leest de bestreden uitspraak met verbetering van die misslag.
Procesgang
Hoge Raad · 29 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:103
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:87
Uitspraak
29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02710
DAZ/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 april 2017, nummer 21/001389-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
Het Hof heeft de verdachte ter zake van "van het plegen van witwassen een gewoonte maken" veroordeeld tot een taakstraf van 95 uren, subsidiair 48 dagen hechtenis.
Art. 22d, derde lid, Sr schrijft voor dat voor elke twee uren van de taakstraf niet meer dan één dag vervangende hechtenis wordt opgelegd. De door het Hof bepaalde vervangende hechtenis is met dit voorschrift in strijd. De Hoge Raad leest de bestreden uitspraak met verbetering van die misslag.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verstaat dat het Hof de vervangende hechtenis heeft bepaald op 47 dagen;
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2019.