Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Methode van eenvoudige kasopstelling. 1. Aanhoudingsverzoek…

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 oktober 2019
Datum publicatie
8 oktober 2019
Zaaknummer
17/02998
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1551
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Methode van eenvoudige kasopstelling. 1. Aanhoudingsverzoek teneinde raadsman in gelegenheid te stellen schriftelijk te reageren op conclusie van AG bij Hof. 2. Heeft Hof beslist op door verdediging aangevoerde alternatieve kasopstelling? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/04583 P.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 7 juni 2017

    ECLI:NL:GHAMS:2017:2171
  2. Conclusie A-G · 27 augustus 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1029
  3. Hoge Raad · 8 oktober 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1551

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/02998 P

Datum 8 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 juni 2017, nummer 23/003890-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de betrokkene.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn NH, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, tot vermindering van het bedrag naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 450.640,-.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 445.640,- bedraagt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2019.