Strafrecht overig

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd op bedrijf te Zoetermeer, art. 310 jo…

Hoge Raad, 29 oktober 2019

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 oktober 2019
Datum publicatie
28 oktober 2019
Zaaknummer
18/00063
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1634
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd op bedrijf te Zoetermeer, art. 310 jo. 312.1 Sr. Middel namens verdachte over het tezamen en in vereniging plegen en middel namens de b.p. over de n-o verklaring in de vordering. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 18/00063, 18/00096, 18/01518 (ingetrokken) en 18/03294.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 13 december 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:3658
  2. Conclusie A-G · 10 september 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1084
  3. Hoge Raad · 29 oktober 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1634

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00063

Datum 29 oktober 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 december 2017, nummer 22/001566-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij [benadeelde 1] heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadslieden van de verdachte hebben een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde middel en het namens de benadeelde partij voorgestelde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2019.