Strafrecht overig
Medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en medeplegen diefstal van elektriciteit d.m.v…
Hoge Raad, 26 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1855 · Hoge Raad · 26 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-1855
Zaakgegevens
Op 26 november 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 november 2019
- Datum publicatie
- 26 november 2019
- Zaaknummer
- 18/03462
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1855
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en medeplegen diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1 Sr). Hof bevestigt vonnis Pr (met verbeterde lezing daarvan) waarin is volstaan met opgave b.m., terwijl raadsman van verdachte ttz. in h.b. vrijspraak heeft bepleit. Art. 359.3 en 423.1 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG is middel gegrond. CAG: Uit p-v tz. in h.b. blijkt dat aldaar namens verdachte vrijspraak is bepleit. Reeds daarom had niet kunnen worden volstaan met overname door Hof van (gedeeltelijke) opgave van b.m. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 augustus 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1214Hoge Raad · 26 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1855
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/03462
Datum 26 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 juli 2018, nummer 20/002080-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's–Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het derde middel
Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 359, derde lid tweede volzin, Sv, heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Het voert daartoe aan dat de raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit.
Het Hof heeft zich verenigd met het in deze zaak gewezen vonnis van de Politierechter, met verbeterde lezing daarvan. Hetgeen het Hof aldus ten laste van de verdachte heeft bewezenverklaard en de bewijsvoering, zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4, 5 en 16 tot en met 19.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 28 tot en met 31 is het middel gegrond.
3 Beoordeling van de overige middelen
Gelet op de hierna volgende beslissing behoeven de overige middelen geen bespreking.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2019.