Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van “omkatten” van gestolen auto…
Hoge Raad, 10 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:1919 · Hoge Raad · 10 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-1919
Zaakgegevens
Op 10 december 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2019
- Datum publicatie
- 6 december 2019
- Zaaknummer
- 18/04996
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1919
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van “omkatten” van gestolen auto. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Heeft klager belang bij cassatie, nu Rb onherroepelijk heeft beslist op afzonderlijke vordering van OvJ tot onttrekking aan verkeer van auto? HR: Op gronden vermeld in CAG kan klager niet worden ontvangen in ingesteld beroep. CAG: Inhoudelijke beoordeling kan achterwege kan blijven, omdat Rb inmiddels onherroepelijk heeft beslist op door OvJ ingestelde afzonderlijke vordering tot onttrekking aan verkeer van inbeslaggenomen voertuig. Die vaststelling impliceert dat klager geen belang meer heeft bij zijn cassatieberoep. Voor bevel tot teruggave van inbeslaggenomen auto aan klager is immers geen plaats meer, nu auto bij onherroepelijke beslissing is onttrokken aan verkeer. Gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat beslissing op vordering tot onttrekking aan verkeer haar kracht alleen kan verliezen door ingesteld beroep tegen die beslissing. Die beslissing kan dus niet ongedaan gemaakt worden door beslissing op ingediend klaagschrift ex art. 552a Sv. Volgt n-o verklaring in cassatieberoep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 oktober 2019
ECLI:NL:PHR:2019:949Hoge Raad · 10 december 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1919
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/04996
Datum 10 december 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 1 mei 2018, nummer RK 18/418, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de klager.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft P.C. Saris, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het ingestelde beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal kan de klager niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.