Strafrecht overig

Zware mishandeling door vechtpartij op openbare weg, art. 302 Sr. O.m. toewijzing wettelijke rente vordering…

Hoge Raad, 17 december 2019

Zaakgegevens

Op 17 december 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2019
Datum publicatie
17 december 2019
Zaaknummer
18/05315
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1990
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zware mishandeling door vechtpartij op openbare weg, art. 302 Sr. O.m. toewijzing wettelijke rente vordering b.p. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 november 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1346
  2. Hoge Raad · 17 december 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1990

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05315

Datum 17 december 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 20 april 2018, nummer 21/005107-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.J.M. Kobossen, advocaat te Twello, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2019.