Strafrecht overig
Medeplegen moord in IJzendijke door vriend van dochter van medeverdachte met vuurwapen meermalen door hoofd…
Hoge Raad, 12 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:208 · Hoge Raad · 12 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-208
Zaakgegevens
Op 12 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 februari 2019
- Datum publicatie
- 11 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/02953
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:208
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen moord in IJzendijke door vriend van dochter van medeverdachte met vuurwapen meermalen door hoofd te schieten teneinde familie-eer te herstellen (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapen (art. 26.1 WWM). 1. Slachtoffer was tegen haar wil uitgehuwelijkt en haar familie bleef bij die beslissing. 2. Eerwraak als motief voor doden slachtoffer. 3. Redengevende omstandigheid kan niet worden afgeleid uit gebezigde b.m. 4. Waarnemingen getuigen. 5. Berekening tijdstip aanwezigheid medeverdachte. 6. Medeplegen en voorbedachte raad moord. 7. Medeplegen voorhanden hebben vuurwapen. HR: art. 80a RO. Samenhang met 17/02910.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 12 oktober 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:6522Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 juni 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:2539Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:32Hoge Raad · 12 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:208
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
12 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02953
NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2017, nummer 20/003195-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.