Strafrecht overig

Medeplegen moord in IJzendijke door vriend van dochter van verdachte met vuurwapen meermalen door hoofd te…

Hoge Raad, 12 februari 2019

Zaakgegevens

Op 12 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2019
Datum publicatie
11 februari 2019
Zaaknummer
17/02910
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:211
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen moord in IJzendijke door vriend van dochter van verdachte met vuurwapen meermalen door hoofd te schieten teneinde familie-eer te herstellen (art. 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben vuurwapen (art. 26.1 WWM). 1.Voorbedachte raad. 2. Eerwraak als motief voor liquidatie. 3. Medeplegen moord. 4. Psychische overmacht en noodweerexces. HR: art. 80a RO. Samenhang met 17/02953.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:RBZWB:2015:6600
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 juni 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:2538
  3. Conclusie A-G · 15 januari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:31
  4. Hoge Raad · 12 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:211

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

12 februari 2019

Strafkamer

nr. S 17/02910

LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2017, nummer 20/003260-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G.G.J.A. Knoops en E. Vogelvang, beiden advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.