Strafrecht overig

Jeugdzaak. Poging zware mishandeling, meermalen gepleegd, art. 302 jo. 45 Sr. Niet beslist op namens…

Hoge Raad, 5 maart 2019

Zaakgegevens

Op 5 maart 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 maart 2019
Datum publicatie
28 februari 2019
Zaaknummer
17/05101
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:300
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdzaak. Poging zware mishandeling, meermalen gepleegd, art. 302 jo. 45 Sr. Niet beslist op namens verdachte gevoerd verweer. Raadsvrouwe verdachte heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege psychische overmacht, aangezien verdachte geen weerstand kon bieden tegen vele pesterijen op school. Aldus is verweer waaromtrent Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk met redenen omklede beslissing had moeten geven. Zodanige beslissing komt in bestreden uitspraak niet voor. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:9336
  2. Conclusie A-G · 5 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:90
  3. Hoge Raad · 5 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:300

    (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen

Uitspraak

5 maart 2019

Strafkamer

nr. S 17/05101 J

RRA/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 oktober 2017, nummer 21/003152-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het vierde middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een namens de verdachte gevoerd verweer.

2.2.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"1.

hij op 19 december 2016 te Gorredijk, gemeente Opsterland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hem meermalen heeft gestompt/geslagen en meermalen tegen het hoofd en het lichaam heeft geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 20 december 2016 te Gorredijk, gemeente Opsterland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hem meermalen heeft geslagen/gestompt en meermalen tegen het hoofd heeft geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid."

2.3.

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouwe van de verdachte aldaar het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt in:

"Subsidiair

Wordt verzocht, indien u wel tot een bewezenverklaring komt, [verdachte] te ontslaan van alle rechtsvervolging vanwege psychische overmacht. Zoals reeds aangegeven vonden er vele pesterijen plaats vanwege de huidskleur van [verdachte] . Inmiddels is hij hierom ook van school gewisseld. [verdachte] kon niet langer weerstand bieden tegen de vele pesterijen. Er was sprake van een zeer emotionele situatie en gezien de daardoor ontstane druk bij [verdachte] , mede ook in aanmerking genomen zijn jeugdige leeftijd, kon niet gevergd worden dat hij weerstand kon bieden aan de druk van de omstandigheden."

2.4.

Aldus is een verweer gevoerd waaromtrent het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moeten geven. Aangezien zodanige beslissing in de bestreden uitspraak niet voorkomt, is het middel gegrond.

3 Beoordeling van de overige middelen

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeven de overige middelen geen bespreking.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.T. Boerlage, in bijzijn van d e waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2019.