Strafrecht overig

Doodslag te Roosendaal door achterbuurman die kwam bemiddelen bij burenruzie dood te schieten, art. 287 Sr…

Zaakgegevens

Op 2 april 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 april 2019
Datum publicatie
27 maart 2019
Zaaknummer
18/01927
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:442
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Doodslag te Roosendaal door achterbuurman die kwam bemiddelen bij burenruzie dood te schieten, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 31 mei 2016

    ECLI:NL:RBZWB:2016:3222
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 april 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:1595

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 2 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:442

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

2 april 2019

Strafkamer

nr. S 18/01927

CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 april 2018, nummer 20/001700-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.