Strafrecht overig
Cassatieberoep te laat ingesteld, verdachte n-o.
Hoge Raad, 18 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:976 · Hoge Raad · 18 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-976
Zaakgegevens
Op 18 juni 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 juni 2019
- Datum publicatie
- 18 juni 2019
- Zaaknummer
- 17/02900
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:976
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieberoep te laat ingesteld, verdachte n-o.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 april 2019
ECLI:NL:PHR:2019:655Hoge Raad · 18 juni 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:976
Uitspraak
18 juni 2019
Strafkamer
nr. S 17/02900 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 25 april 2017, nummer RK 17/718, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Blijkens de daarvan opgemaakte akte van uitreiking is de bestreden beschikking op 24 mei 2017 betekend, waarna blijkens de daarvan opgemaakte akte op 12 juni 2017 door de klager tegen die beschikking beroep in cassatie is ingesteld. Nu dit beroep is ingesteld na afloop van de bij de wet gestelde termijn, kan de klager in het beroep niet worden ontvangen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2019.