Strafrecht overig

Caribische zaak. Medeplegen van gewoontewitwassen door grote geldbedragen verstopt in gemalen kip/kiprollade…

Zaakgegevens

Op 9 juni 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juni 2020
Datum publicatie
5 juni 2020
Zaaknummer
19/01810
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1019
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Caribische zaak. Medeplegen van gewoontewitwassen door grote geldbedragen verstopt in gemalen kip/kiprollade vanuit Nederland naar o.m. Aruba te transporteren. Voor zijn bijdrage ontving verdachte een percentage van het getransporteerde geld als commissie. 1. uos-klachten en 2. kwalificatie-uitsluitingsgrond bij witwassen. HR: art. 80a RO. Samenhang met 19/05554 A, 19/03677 PA en 19/01811PA.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 april 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:577
  2. Hoge Raad · 9 juni 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1019

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01810 A

Datum 9 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 31 juli 2017, nummer H 171/2016, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in Nederland op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.G. Kock, advocaat te Oranjestad, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2020.