Strafrecht overig
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. Is namens verdachte tijdig schriftuur houdende grieven ingediend?…
Hoge Raad, 12 mei 2020
ECLI:NL:HR:2020:1365 · Hoge Raad · 12 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-1365
Zaakgegevens
Op 12 mei 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2020
- Datum publicatie
- 1 september 2020
- Zaaknummer
- 19/02034
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1365
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. Is namens verdachte tijdig schriftuur houdende grieven ingediend? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Appelschriftuur van raadsman (faxbericht), verzendoverzicht waaruit succesvolle verzending daarvan naar strafgriffie Rb kan worden afgeleid en schrijven van strafgriffie hof aan raadsman inhoudende dat geen appelschriftuur is aangetroffen in dossier, zijn aan cassatieschriftuur gehecht. In aanmerking genomen dat ontvangstbevestiging strafgriffie Rb van voornoemd faxbericht zich niet bij stukken bevindt, moet het ervoor worden gehouden dat appelschriftuur niet aanwezig was in dossier dat hof ter beschikking stond bij behandeling zaak in h.b. Inhoud verzendoverzicht en schrijven strafgriffie hof bieden echter voldoende grond voor ernstig vermoeden dat appelschriftuur met daarin bezwaren van verdachte tegen vonnis Pr wel namens verdachte overeenkomstig art. 410.1 Sv binnen 14 dagen na instellen h.b. ter griffie van Rb is ingediend en ook op die griffie is ontvangen maar aldaar vervolgens in het ongerede is geraakt. Gelet hierop is ’s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:772Hoge Raad · 12 mei 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1365
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/02034
Datum 12 mei 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 4 april 2019, nummer 23-001995-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep nu, anders dan door het hof is overwogen, wel een appelschriftuur (tijdig) is ingediend bij de griffie van de rechtbank.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt
berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2020.