Strafrecht overig

Doodslag op vrouw en dochter in Haren (Groningen), gvs 20 jaar. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt.

Zaakgegevens

Op 1 december 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 december 2020
Datum publicatie
1 december 2020
Zaaknummer
20/01053
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1930
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Doodslag op vrouw en dochter in Haren (Groningen), gvs 20 jaar. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 maart 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:1986
  2. Hoge Raad · 1 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1930

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01053

Datum 1 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 maart 2020, nummer 21-003557-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2020.