Strafrecht overig

Moord op ex-vrouw door haar 's nachts tijdens haar slaap te bedwelmen met ether en daarna enkele minuten…

Hoge Raad, 26 mei 2020

Zaakgegevens

Op 26 mei 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 mei 2020
Datum publicatie
8 mei 2020
Zaaknummer
19/00870
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:841
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Moord op ex-vrouw door haar 's nachts tijdens haar slaap te bedwelmen met ether en daarna enkele minuten kussen op haar gezicht te houden, art. 289 Sr. Bewijsklachten t.a.v. 1. opzet en 2. voorbedachten rade. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Nederland · 14 juni 2017

    ECLI:NL:RBNNE:2017:2135
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 februari 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:1177
  3. Conclusie A-G · 14 april 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:535
  4. Hoge Raad · 26 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:841

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00870

Datum 26 mei 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2019, nummer 21-003380-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2020.