Strafrecht overig
Beklag, beslag op sieraden onder ex-partner van klaagster t.z.v. verdenking van witwassen en voorhanden…
ECLI:NL:HR:2020:906 · Hoge Raad · 19 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-906
Zaakgegevens
Op 19 mei 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 mei 2020
- Datum publicatie
- 18 mei 2020
- Zaaknummer
- 19/02371
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:906
Samenvatting
Beklag, beslag op sieraden onder ex-partner van klaagster t.z.v. verdenking van witwassen en voorhanden hebben van wapens. Art. 94 Sv of art. 94a Sv grondslag van beslag? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Door te overwegen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter, later oordelend, inbeslaggenomen sieraden verbeurd zal verklaren dan wel dat er geldboete van vijfde categorie of ontnemingsvordering aan klaagster zal worden opgelegd, heeft Rb in het midden gelaten of beslag is gelegd o.g.v. art. 94 Sv of art. 94a Sv dan wel o.g.v. beide bepalingen. V.zv. Rb heeft geoordeeld dat sprake is van een ex art. 94 Sv gelegd beslag, heeft Rb gelet op standpunt van OvJ (indien sieraden toebehoren aan klaagster maakt belang van strafvordering voortduren van beslag niet nodig) ten onrechte beoordeeld of er nog een belang van strafvordering was dat zich tegen teruggave verzet. V.zv. Rb heeft geoordeeld dat sprake is van een ex art. 94a Sv gelegd beslag, heeft Rb verzuimd te onderzoeken of situatie van art. 94a.4 of 94a.5 Sv zich voordoet. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:268Hoge Raad · 19 mei 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:906
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/02371 B
Datum 19 mei 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 12 april 2019, nummer RK 19/104, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de klaagster.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de ongegrondverklaring van het beklag voor zover dat strekt tot teruggave aan de klaagster van de onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen sieraden zoals vermeld onder a. tot en met f.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.6 tot en met 2.11.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2020.