Strafrecht overig

Medeplegen poging tot diefstal met geweld door van slachtoffer in zijn woning geld te eisen, hem te slaan en…

Zaakgegevens

Op 13 juli 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juli 2021
Datum publicatie
14 juli 2021
Zaaknummer
20/02708
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1142
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen poging tot diefstal met geweld door van slachtoffer in zijn woning geld te eisen, hem te slaan en te schoppen en klemtang op zijn testikels te zetten en daarin te knijpen, art. 312.2.2 Sr. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door woorden “met zijn mededader” toe te voegen in bewezenverklaring? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 26 augustus 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:2373
  2. Conclusie A-G · 1 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:711
  3. Hoge Raad · 13 juli 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1142

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02708

Datum 13 juli 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 augustus 2020, nummer 23-001699-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.