Strafrecht overig
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verstekarrest hof, art. 432.2 Sv. Kan uit afdoeningsbericht signalering…
ECLI:NL:HR:2021:1245 · Hoge Raad · 14 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1245
Zaakgegevens
Op 14 september 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2021
- Datum publicatie
- 11 september 2021
- Zaaknummer
- 20/02032
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1245
Samenvatting
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verstekarrest hof, art. 432.2 Sv. Kan uit afdoeningsbericht signalering worden afgeleid dat ’s hofs arrest in persoon aan verdachte is uitgereikt? HR: Op redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen CAG: O.g.v. art. 432.2 Sv moest cassatieberoep worden ingesteld binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat arrest de verdachte bekend is. Uit afdoeningsbericht signalering en daaraan gehechte stukken kan worden afgeleid dat ‘s hofs arrest op 25-7-2013 in persoon aan verdachte is betekend en verdachte aldus op die datum bekend is geworden met arrest. Dat betekent dat verdachte binnen 14 dagen na 25-7-2013 beroep in cassatie had moeten instellen, terwijl beroep pas op 26-6-2020 is ingesteld. Gelet hierop heeft verdachte niet binnen de daarvoor geldende termijn beroep in cassatie ingesteld.
Verdachte n-o.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 16 maart 2009
ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1681Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:555Hoge Raad · 14 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1245
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02032
Datum 14 september 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2009, nummer 22-000452-08, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 september 2021.