Strafrecht overig

Erfvredebreuk door als gemachtigde van hypotheekhouder van camping in Rijsbergen door gemeente opgelegd…

Hoge Raad, 12 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 oktober 2021
Datum publicatie
30 september 2021
Zaaknummer
20/02723
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1409
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Erfvredebreuk door als gemachtigde van hypotheekhouder van camping in Rijsbergen door gemeente opgelegd toegangsverbod te overtreden, art. 138.1 Sr. Is sprake van “wederrechtelijk” vertoeven, a.b.i. art. 138.1 Sr? Art. 13b Woningwet. Art. 5:1 BW. HR: art. 81.1 RO, mede gele op HR:2021:1408. Samenhang met 20/02693.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 augustus 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:2613
  2. Conclusie A-G · 22 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:592
  3. Hoge Raad · 12 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1409

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02723

Datum 12 oktober 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2020, nummer 20-003723-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.C.L. van de Corput, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het - mede gelet op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/02693, ECLI:NL:HR:2021:1408 - namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2021.