Strafrecht overig
Veroordeling wegens opiumwetdelicten, witwassen en WWM. Falende (bewijs)klachten o.m. m.b.t. het oordeel dat…
Hoge Raad, 12 oktober 2021
ECLI:NL:HR:2021:1508 · Hoge Raad · 12 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-1508
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2021
- Datum publicatie
- 12 oktober 2021
- Zaaknummer
- 20/00941
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1508
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling wegens opiumwetdelicten, witwassen en WWM. Falende (bewijs)klachten o.m. m.b.t. het oordeel dat verdachte medepleger is nu hij beschikte over de ‘alarmtelefoon’ die was gekoppeld aan een alarmsysteem in een hennepkwekerij; deelname aan een organisatie die tot doel heeft het ‘in de uitoefening van een beroep of bedrijf’ aanwezig hebben van hennep en straf(motivering) i.v.m. opmerkingen over redelijke termijn in h.b. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/01031, 20/00897 (niet gepubliceerd) en 20/00896 (niet gepubliceerd).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 maart 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:4099Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 augustus 2021
ECLI:NL:PHR:2021:749Hoge Raad · 12 oktober 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1508
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/00941
Datum 12 oktober 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2020, nummer 20-000757-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2021.