Strafrecht overig

Veroordeling wegens opiumwetdelicten en witwassen. Falende bewijsklachten witwassen, waaronder de klacht dat…

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 oktober 2021
Datum publicatie
12 oktober 2021
Zaaknummer
20/01031
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1509
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Veroordeling wegens opiumwetdelicten en witwassen. Falende bewijsklachten witwassen, waaronder de klacht dat uit de aangetroffen leningovereenkomsten niet kan worden afgeleid dat sprake is geweest van een voorwerp (in dit geval geldbedragen) afkomstig uit enig misdrijf. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met20/00941, 20/00897 (niet gepubliceerd) en 20/00896 (niet gepubliceerd).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 maart 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:1731
  2. Conclusie A-G · 31 augustus 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:750
  3. Hoge Raad · 12 oktober 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1509

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/01031

Datum 12 oktober 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 maart 2020, nummer 20-000786-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2021.