Strafrecht overig

Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 181.1 jo. 180 Sr. Strafmotivering (voorwaardelijke…

Zaakgegevens

Op 23 november 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 november 2021
Datum publicatie
17 november 2021
Zaaknummer
20/02866
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1706
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 181.1 jo. 180 Sr. Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand en taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis). Kon hof bij strafoplegging betrekken dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Door hof meegewogen eerdere veroordeling was nog niet onherroepelijk t.t.v. begaan van onderhavig feit, zodat strafoplegging ontoereikend is gemotiveerd.

Volgt partiële vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:1957
  2. Conclusie A-G · 5 oktober 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1077
  3. Hoge Raad · 23 november 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1706

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02866

Datum 23 november 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2020, nummer 22-000259-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak te dien aanzien opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de strafoplegging niet naar behoren met redenen heeft omkleed. Het klaagt in dat verband dat het hof ten nadele van de verdachte heeft geoordeeld dat eerdere veroordelingen de verdachte niet ervan hebben weerhouden het nieuwe, bewezenverklaarde, feit te plegen, terwijl niet blijkt dat die eerdere veroordelingen onherroepelijk waren toen het nieuwe feit werd gepleegd.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.