Strafrecht overig

Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr) door in 2018 in…

Zaakgegevens

Op 7 december 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 december 2021
Datum publicatie
3 december 2021
Zaaknummer
21/01845
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1823
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen doodslag (art. 287 Sr) en medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr) door in 2018 in ’s-Hertogenbosch een ander met een houten paal meermalen tegen het hoofd te slaan en vervolgens diens levenloze lichaam in het water te dumpen. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 21/01734.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 29 mei 2019

    ECLI:NL:RBOBR:2019:3017
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 april 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:1110

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 7 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1823

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01845

Datum 7 december 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 april 2021, nummer 20-001762-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2021.