Strafrecht overig

Gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) door gedurende geruime tijd meermalen gestolen auto’s aan…

Hoge Raad, 21 december 2021

Zaakgegevens

Op 21 december 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 december 2021
Datum publicatie
17 december 2021
Zaaknummer
19/05936
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1928
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) door gedurende geruime tijd meermalen gestolen auto’s aan te leveren bij medeverdachten, die deze auto’s in een loods demonteerden om onderdelen te verkopen en medeplegen aanwezig hebben hennep en hashish (art. 3.C Opiumwet). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. beginsaldo kasopstelling bij witwassen en legale contante inkomsten. 2. Bewijsklachten medeplegen aanwezig hebben hennep en hashish. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/05906, 19/05863 en 19/05937 P (niet gepubliceerd; art. 81.1 RO).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 november 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1048
  2. Hoge Raad · 21 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1928

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05936

Datum 21 december 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 december 2019, nummer 21-001594-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2021.