Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994…
Hoge Raad, 9 februari 2021
ECLI:NL:HR:2021:198 · Hoge Raad · 9 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-198
Zaakgegevens
Op 9 februari 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 februari 2021
- Datum publicatie
- 8 februari 2021
- Zaaknummer
- 20/00838
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:198
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Betekening dagvaarding in h.b. Dagvaarding in h.b. is aangeboden op ander huisnummer dan door verdachte opgegeven adres. In p-v van tz. in h.b. is adres A nr. 76 vermeld welk adres correspondeert met laatst opgegeven woon- of verblijfplaats in ID-staten SKDB, terwijl dagvaarding in h.b. blijkens akte van uitreiking tevergeefs is aangeboden op adres A nr. 78 en is uitgereikt aan griffier met verzending naar adres A nr. 76. Dagvaarding in h.b. aangeboden op feitelijke woon- of verblijfplaats? Indien niet-gedetineerde verdachte niet staat ingeschreven in BRP, maar van hem wel een woon- of verblijfplaats bekend is, dient uitreiking van dagvaarding o.g.v. art. 36e.1.b.2 Sv op dat adres plaats te vinden. Verdachte stond t.t.v. betekening van dagvaarding in h.b. niet ingeschreven op adres in BRP maar van hem was op dat moment wel woon- of verblijfplaats bekend, te weten adres A nr. 76. Dit adres is in p-v van ttz. in h.b. ook vermeld als adres van verdachte. Uit stukken volgt evenwel niet dat dagvaarding in h.b. ter uitreiking is aangeboden op dat adres van verdachte. ’s Hofs oordeel dat dagvaarding in h.b. geldig is betekend, is niet begrijpelijk. HR verklaart betekening dagvaarding in h.b. nietig.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 december 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1163Hoge Raad · 9 februari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:198
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/00838
Datum 9 februari 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 februari 2020, nummer 23-001977-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.J.J. Hendrikse, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt in de kern over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).
Het hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. In de uitspraak van het hof, die bij verstek is gewezen, ligt het oordeel besloten dat de verdachte behoorlijk is gedagvaard.
Bij de beoordeling van het cassatiemiddel moet het volgende worden vooropgesteld. Indien de niet-gedetineerde verdachte niet staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP), maar van hem wel een woon- of verblijfplaats bekend is, dient uitreiking van de dagvaarding op grond van artikel 36e lid 1, sub b onder 2° van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) op dat adres plaats te vinden.
De inhoud van de voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang zijnde stukken is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4. Kort samengevat volgt daaruit het volgende. De verdachte stond ten tijde van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep niet ingeschreven op een adres in de BRP, maar van hem was op dat moment wel een woon- of verblijfplaats bekend, te weten [a-straat 1] te [plaats]. Dit adres is in het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep ook vermeld als het adres van de verdachte. Uit de stukken volgt evenwel niet dat de dagvaarding in hoger beroep ter uitreiking is aangeboden op dat adres van de verdachte.
In het licht van het voorgaande is het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, niet begrijpelijk.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2021.