Strafrecht overig

Verdachte n-o, geen middelen ingediend. Samenhang met 19/02826, 19/02828 P, 19/02887 en 19/02888 P.

Zaakgegevens

Op 11 mei 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 mei 2021
Datum publicatie
3 mei 2021
Zaaknummer
19/02889
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:680
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte n-o, geen middelen ingediend. Samenhang met 19/02826, 19/02828 P, 19/02887 en 19/02888 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:452
  2. Hoge Raad · 11 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:680

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02889

Datum 11 mei 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juni 2019, nummer 20-001681-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021.