Strafrecht overig

Verdachte n-o, niet (tijdig) middelen ingediend. Samenhang met 19/02582, 19/02584, 19/02643 en 19/02645.

Zaakgegevens

Op 19 januari 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 januari 2021
Datum publicatie
15 januari 2021
Zaaknummer
19/02673
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:70
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte n-o, niet (tijdig) middelen ingediend. Samenhang met 19/02582, 19/02584, 19/02643 en 19/02645.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 november 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1239
  2. Hoge Raad · 19 januari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:70

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02673

Datum 19 januari 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 mei 2019, nummer 22-002481-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.A. Bakker, advocaat te Den Haag, een schriftuur ingediend, die echter pas bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen nadat de daartoe in de wet gestelde termijn was verlopen.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2021.