Strafrecht overig
Poging doodslag door voorbijganger met mes in rug te steken, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder…
Hoge Raad, 25 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:722 · Hoge Raad · 25 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-722
Zaakgegevens
Op 25 mei 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 mei 2021
- Datum publicatie
- 10 mei 2021
- Zaaknummer
- 20/01846
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:722
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging doodslag door voorbijganger met mes in rug te steken, art. 287 Sr. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 5 juni 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:2775Hoge Raad · 25 mei 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:722
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01846
Datum 25 mei 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 5 juni 2020, nummer 22-004894-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte ] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.M. Iwema, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.