Strafrecht overig
Mensenhandel (meermalen gepleegd) door als loverboy gedurende 3 maanden aangeefster (met Marokkaanse…
Hoge Raad, 15 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:774 · Hoge Raad · 15 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-774
Zaakgegevens
Op 15 juni 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juni 2021
- Datum publicatie
- 25 mei 2021
- Zaaknummer
- 20/00756
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:774
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mensenhandel (meermalen gepleegd) door als loverboy gedurende 3 maanden aangeefster (met Marokkaanse achtergrond) ertoe te bewegen om met zoveel mogelijk mannen tegen betaling seks te hebben, art. 273f.1, 273f.4, 273f.6 en 273f.9 Sr. 1. Oogmerk van uitbuiting? 2. Heeft hof verzuimd ambtshalve aangeefster ttz. te horen, nu verdachte in e.a. integraal is vrijgesproken en in h.b. is veroordeeld? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 28 februari 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:738Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26 februari 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:1656(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 april 2021
ECLI:NL:PHR:2021:406Hoge Raad · 15 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:774
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/00756
Datum 15 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 februari 2020, nummer 21-001497-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2021.