Strafrecht overig

Aanranding met geweld van 8-jarig meisje nabij school door 24-jarige verdachte, art. 246 jo. 248.6 Sr. 1…

Hoge Raad, 15 juni 2021

Zaakgegevens

Op 15 juni 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juni 2021
Datum publicatie
27 mei 2021
Zaaknummer
19/05071
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:788
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Aanranding met geweld van 8-jarig meisje nabij school door 24-jarige verdachte, art. 246 jo. 248.6 Sr. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. alternatieve scenario’s. 2. Verzoek tot aanvullend DNA-onderzoek. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 oktober 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:8926
  2. Conclusie A-G · 20 april 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:391
  3. Hoge Raad · 15 juni 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:788

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/05071

Datum 15 juni 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 oktober 2019, nummer 21-003701-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W.J. Rosendaal, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2021.