Strafrecht overig
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Oekraïne. Middel over uitleg en verwerping verweer schending…
Hoge Raad, 8 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:838 · Hoge Raad · 8 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2021-838
Zaakgegevens
Op 8 juni 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juni 2021
- Datum publicatie
- 4 juni 2021
- Zaaknummer
- 21/00136
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:838
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon naar Oekraïne. Middel over uitleg en verwerping verweer schending art. 3 en 6 EVRM. HR: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Rb heeft uitlevering van opgeëiste persoon aan Oekraïne toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van het feit omschreven in het hiervoor genoemde arrestatiebevel”. Uitspraak van Rb vermeldt echter niet met voldoende precisie om welk “arrestatiebevel” het gaat en bevat daarom niet een voldoende omschrijving van feit waarvoor uitlevering kan worden toegestaan. HR herstelt verzuim.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 mei 2021
ECLI:NL:PHR:2021:449Hoge Raad · 8 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:838
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/00136 U
Datum 8 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 december 2020, nummer [001], op een verzoek van de Republiek Oekraïne tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de opgeëiste persoon.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben G.A. Jansen en O.S. Pluimer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van de rechtbank
De rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Oekraïne toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van het feit omschreven in het hiervoor genoemde arrestatiebevel”.
De uitspraak van de rechtbank vermeldt echter niet met voldoende precisie om welk “arrestatiebevel” het gaat en bevat daarom niet een voldoende omschrijving van het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. De Hoge Raad zal dit verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in na te noemen door de verzoekende Staat bij het uitleveringsverzoek overgelegde stukken.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar uitsluitend voor zover de rechtbank heeft verzuimd het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, toereikend te vermelden;
- verklaart de uitlevering toelaatbaar voor het feit zoals omschreven in de “beschikking in de naam van Oekraïne” van L.I. Tsokol, rechter-commissaris van de rechtbank district Petsjerskyi, Kiev, van 13 februari 2017;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juni 2021.