Strafrecht overig

Zware mishandeling (art. 302.1 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr), vrijheidsberoving, meermalen gepleegd (art…

Zaakgegevens

Op 18 januari 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 januari 2022
Datum publicatie
15 december 2021
Zaaknummer
20/04383
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Zware mishandeling (art. 302.1 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr), vrijheidsberoving, meermalen gepleegd (art. 282.1 Sr), diefstal met bedreiging met geweld (art. 312.1 Sr) en afpersing (art. 317.1 Sr), en bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr), gericht tegen ex-vriendin en haar nieuwe vriend in hun woning in 2018 in Enschede. TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/04383

Datum 18 januari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 december 2020, nummer 21-004195-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.A. ten Berge, advocaat te Utrecht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 januari 2022.