Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit grootschalige hennepteelt. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG…

Zaakgegevens

Op 5 juli 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2022
Datum publicatie
6 juli 2022
Zaaknummer
21/04448
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1030
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit grootschalige hennepteelt. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 21/04447 (niet gepubliceerd; strafzaak; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 oktober 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:9971
  2. Hoge Raad · 5 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1030

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04448 P

Datum 5 juli 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 oktober 2021, nummer 21-005329-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2022.