Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art…

Hoge Raad, 8 februari 2022

Zaakgegevens

Op 8 februari 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 februari 2022
Datum publicatie
7 februari 2022
Zaaknummer
20/00571
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:153
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 588.1.a (oud) Sv. Is dagvaarding in h.b. geldig betekend, nu deze na vergeefse aanbieding op BRP-adres is uitgereikt aan griffier, terwijl verdachte zich uit anderen hoofde in detentie bevond? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit stukken kan worden opgemaakt dat verdachte t.t.v. poging om dagvaarding in h.b. aan hem uit te reiken uit anderen hoofde gedetineerd was, hetgeen wordt bevestigd door in cassatie opgevraagd detentieoverzicht. Gelet op juridisch kader had dagvaarding in h.b. in persoon aan verdachte uitgereikt moeten worden, nu hij t.t.v. uitreiking van die dagvaarding in Nederland gedetineerd was. ’s Hofs in zijn uitspraak besloten liggende oordeel dat dagvaarding in h.b. overeenkomstig art. 588.1.a (oud) Sv rechtsgeldig is betekend, is dan ook niet juist.

HR verklaart betekening dagvaarding in h.b. nietig.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1162
  2. Hoge Raad · 8 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:153

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00571

Datum 8 februari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2019, nummer 22-001522-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2022.