Strafrecht overig

Weigering mee te werken aan bloedonderzoek (art. 163.6 WVW 1994) en belediging van 2 politieambtenaren (art…

Zaakgegevens

Op 29 november 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 november 2022
Datum publicatie
24 november 2022
Zaaknummer
21/03855
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1757
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Weigering mee te werken aan bloedonderzoek (art. 163.6 WVW 1994) en belediging van 2 politieambtenaren (art. 266.1 jo. 267.2 Sr).

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03855

Datum 29 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 september 2021, nummer 23-001272-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.W.M. Stevens, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2022.