Strafrecht overig

Economische zaak. Verrichten van beroepsvervoer zonder (geldige) communautaire vergunning (art. 2.5 Wet…

Zaakgegevens

Op 24 mei 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 mei 2022
Datum publicatie
19 november 2025
Zaaknummer
21/03242
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1950
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Economische zaak. Verrichten van beroepsvervoer zonder (geldige) communautaire vergunning (art. 2.5 Wet wegvervoer goederen) en met gebruikmaking van bestuurder die niet bij hem in dienstbetrekking was (art. 2.11.1 Wet wegvervoer goederen).

Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03242 E

Datum 24 mei 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 28 juli 2021, nummer 20-003659-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2022.