Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr). Heeft hof ten onrechte geen acht geslagen op…

Zaakgegevens

Op 25 januari 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 januari 2022
Datum publicatie
25 januari 2022
Zaaknummer
20/02330
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:73
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr). Heeft hof ten onrechte geen acht geslagen op inhoud van dag voor tz. in hoger beroep (om 19.42 uur) verstuurde e-mail van raadsvrouw met grieven? HR: Op redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Aan cassatieschriftuur gehechte stukken bieden grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte (tijdig en kort) vóór onderzoek ttz. een schriftuur houdende grieven is ingediend.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:4035
  2. Conclusie A-G · 9 november 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1261
  3. Hoge Raad · 25 januari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:73

    Overig

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02330

Datum 25 januari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2020, nummer 23-001021-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door het hof in het hoger beroep.

2.2

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.