Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit verschillende overtredingen van Opiumwet. Methode van eenvoudige kasopstelling…
ECLI:NL:HR:2022:803 · Hoge Raad · 31 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-803
Zaakgegevens
Op 31 mei 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 mei 2022
- Datum publicatie
- 30 mei 2022
- Zaaknummer
- 20/03497
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:803
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit verschillende overtredingen van Opiumwet. Methode van eenvoudige kasopstelling. Schatting w.v.v. Vormde betrokkene een economische eenheid met zijn partner? HR: Op redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft verweer dat betrokkene en zijn partner geen (financiële) huishouding voerden verworpen en aannemelijk geacht dat zij economische eenheid vormden. Uit bewijsmiddelen (financieel rapport) kan weliswaar worden afgeleid dat betrokkene (zeer) regelmatig bij partner verbleef, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat betrokkene en partner een gezamenlijke financiële huishouding voerden. B.m. bevatten zelfs aanwijzingen voor tegendeel. Betrokkene en partner stonden niet op hetzelfde adres ingeschreven en hadden geen gezamenlijke bankrekeningen.
Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/03200.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 april 2022
ECLI:NL:PHR:2022:313Hoge Raad · 31 mei 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:803
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03497 P
Datum 31 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 oktober 2020, nummer 21-002482-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.W.M. Stevens, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend is gemotiveerd.
Voor zover het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de betrokkene een economische eenheid vormde met zijn partner [betrokkene 1], slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
De beoordeling door de Hoge Raad van het derde cassatiemiddel heeft als uitkomst dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel en van het tweede cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2022.