Strafrecht overig

Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), opzettelijk aanwezig hebben hennep (art. 3.C Opiumwet) en diefstal…

Zaakgegevens

Op 1 februari 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 februari 2022
Datum publicatie
12 januari 2022
Zaaknummer
20/03369
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:9
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), opzettelijk aanwezig hebben hennep (art. 3.C Opiumwet) en diefstal elektriciteit (art. 310 Sr). Middelen klagen over pleegperiode. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03366.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 13 oktober 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:2906
  2. Conclusie A-G · 7 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1262
  3. Hoge Raad · 1 februari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:9

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03369

Datum 1 februari 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2020, nummer 22-000265-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Cantarella, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2022.