Strafrecht overig

(Medeplegen) witwassen (meermalen gepleegd) van geldbedragen, pand en auto (art. 420bis.1.b Sr) en medeplegen…

Zaakgegevens

Op 28 juni 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 juni 2022
Datum publicatie
24 juni 2022
Zaaknummer
19/02754
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:955
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

(Medeplegen) witwassen (meermalen gepleegd) van geldbedragen, pand en auto (art. 420bis.1.b Sr) en medeplegen gebruik maken van en voorhanden hebben van valse arbeidsovereenkomst (art. 225.2 Sr). Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden op de grond dat vertraging geheel door verdediging is veroorzaakt door op laat moment inbrengen van stukken en doen van verzoeken? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In aanmerking genomen dat eerste zitting in h.b. pas 2 jaren, 4 maanden en 3 weken na instellen van h.b. door verdachte plaatsvond, is ’s hofs oordeel dat overschrijding van redelijke termijn in h.b. geheel door verdediging is veroorzaakt niet zonder meer begrijpelijk.

Ook inzendtermijn en uitspraaktermijn in cassatiefase zijn overschreden.

HR doet zaak zelf af en vermindert aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van 15 maanden met 2 maanden. Samenhang met 19/02655 en 19/02656 P.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 mei 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:4942
  2. Conclusie A-G · 17 mei 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:469
  3. Hoge Raad · 28 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:955

    Meerdere afhandelingswijzen

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02754

Datum 28 juni 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 mei 2019, nummer 20-000026-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1940,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Namens de verdachte heeft J.C. Reisinger, advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt in de eerste plaats dat het hof het beroep op strafmatiging wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen. In de tweede plaats klaagt het dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 74 tot en met 76 en 78.

2.3

Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.

2.4

Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM in de fase van het hoger beroep en in cassatie is overschreden en dat dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijftien maanden. De Hoge Raad zal zelf de zaak afdoen.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze dertien maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2022.