Strafrecht overig
Doodslag (art. 287 Sr). Ontbrekende pleitnota in hoger beroep. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel…
ECLI:NL:HR:2023:1013 · Hoge Raad · 4 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2023-1013
Zaakgegevens
Op 4 juli 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 juli 2023
- Datum publicatie
- 30 juni 2023
- Zaaknummer
- 21/03766
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1013
Samenvatting
Doodslag (art. 287 Sr). Ontbrekende pleitnota in hoger beroep. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel.
CAG: N.a.v. door raadsman o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR gedaan verzoek is bij hof nadere informatie ingewonnen. Die informatie houdt in dat pleitnota in het ongerede is geraakt. HR kan daardoor niet nagaan of op tz. meer verweren zijn gevoerd dan in ‘s hofs uitspraak zijn vermeld dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht die niet in deze uitspraak zijn vermeld. Dit strijdt zozeer met behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 2 september 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:1616Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:528Hoge Raad · 4 juli 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1013
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03766
Datum 4 juli 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 september 2021, nummer 22-005675-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft F.J.M. Hamers, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het derde cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld
Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 19 augustus 2021 en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat onder meer de pleitnota die op deze terechtzitting in hoger beroep door de raadsman van de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken van het geding bevindt.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen die namens de verdachte zijn voorgesteld en van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de overige cassatiemiddelen die namens de verdachte zijn voorgesteld en van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld, niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2023.