Strafrecht overig

Grootschalige oplichting in de vorm van fraude met film cv’s in periode van 2000 tot 2002 waardoor groot…

Zaakgegevens

Op 23 mei 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 mei 2023
Datum publicatie
7 juli 2023
Zaaknummer
22/04469
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1089
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Grootschalige oplichting in de vorm van fraude met film cv’s in periode van 2000 tot 2002 waardoor groot aantal slachtoffers in totaal fl. 11.390.000 afhandig is gemaakt (art. 326.1 Sr) en doen plegen van belastingfraude door anderen in periode van 2001 tot en met 2003 onjuiste aangiften inkomstenbelasting te laten doen (art. 69 AWR).

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04469

Datum 23 mei 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 november 2022, nummer 23-001193-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben B.Th. Nooitgedagt en D. Bektesevic, beiden advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De
procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2023.