Strafrecht overig

Caribische zaak. Medeplegen voorhanden hebben van machinegeweer en munitie in Curaçao, art. 3 en 5 jo. 11…

Zaakgegevens

Op 28 maart 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 maart 2023
Datum publicatie
5 september 2023
Zaaknummer
22/02588 C
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1158
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Caribische zaak. Medeplegen voorhanden hebben van machinegeweer en munitie in Curaçao, art. 3 en 5 jo. 11 Vuurwapenverordening 1930. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 22/02455 C.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02588 C

Datum 28 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 22 juli 2021, nummer H 126/2019, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2023.