Strafrecht overig

Medeplegen van onbruikbaar maken van beschoeiing, meermalen gepleegd (art. 350.1 Sr). Heeft hof verzuimd te…

Zaakgegevens

Op 3 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 oktober 2023
Datum publicatie
28 september 2023
Zaaknummer
22/00159
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1351
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen van onbruikbaar maken van beschoeiing, meermalen gepleegd (art. 350.1 Sr). Heeft hof verzuimd te beslissen op verzoek dat verdediging op tz. in h.b. heeft gedaan tot houden van schouw?

Middel slaagt om redenen vermeld in HR:2023:1341.

Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 22/00157.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 13 januari 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:15
  2. Conclusie A-G · 4 juli 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:650
  3. Hoge Raad · 3 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1351

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00159

Datum 3 oktober 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 januari 2022, nummer 22-000936-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 en 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-263974-20 en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet heeft beslist op een verzoek dat de verdediging op de terechtzitting in hoger beroep heeft gedaan tot het houden van een schouw.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/00157, ECLI:NL:HR:2023:1341.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 en 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-263974-20 en de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.