Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. weigering bloedonderzoek (art. 163.6 WVW 1994) en rijden terwijl…

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2023 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 oktober 2023
Datum publicatie
12 oktober 2023
Zaaknummer
22/01710
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1437
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. weigering bloedonderzoek (art. 163.6 WVW 1994) en rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994). Kon hof verdachte niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep, nu zich bij stukken e-mailbericht van raadsman met als bijlage appelschriftuur bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. CAG: Uit de aan HR gezonden stukken blijkt (anders dan hof heeft overwogen) dat er namens verdachte wel degelijk appelschriftuur is ingediend. Daarom is ‘s hofs oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., niet begrijpelijk.

Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 5 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:755
  2. Hoge Raad · 17 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1437

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01710

Datum 17 oktober 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 augustus 2021, nummer 22-002626-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte ] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, en P. van Dongen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte door het hof in het hoger beroep.

2.2

De klacht is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 7 tot en met 11. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2023.